|
Parochie in beweging
Artikel, Friesch Dagblad, 04-06-10
De geloofsgemeenschappen hebben het moeilijk. Teruglopende bezoekers en financiële middelen zetten hun voortbestaan onder druk. Fusie lijkt de enige mogelijkheid, maar gaat vaak gepaard met veel pijn en verdriet. Auteurs Van der Helm en Stassen schreven er een boek over.
In zijn recente boek Faith on the Margins beschrijft de Amerikaanse auteur Charles Parker over het Dutch Miracle, het ‘Wonder van Nederland’. “Er heerst een geweldig priestertekort, kerkdiensten worden in schuilkerken gehouden. De Roomse kerk wordt gedurende honderden jaren in stand gehouden door de leken.” Parker schrijft over de kerk tussen 1578 en 1853, maar wie niet beter weet, denkt onbewust aan het hier en nu. Teruglopend kerkbezoek, een niet-sluitende begroting, een teveel aan monumentale kerkgebouwen, een tekort aan priesters en pastoraal werkenden, fusie van parochies, reorganisaties van bisdommen. Welke bestuurder weet raad?
Twee handen
“In de loop van de kerkgeschiedenis is de parochie altijd erg flexibel geweest.” Aan het woord is pastoor Ad van der Helm. Samen met Petra Stassen schreef hij het boek: Parochie in beweging. Geloven in plaatselijke geloofsgemeenschappen. “Je moet God dienen met twee handen, met pastoraat en bestuur. Het eerste vraagt creativiteit en een missionaire visie, de tweede om nauwgezetheid en deskundigheid.” Dat die twee vaak met elkaar schuren, blijkt wel duidelijk op het symposium ‘Parochie Nieuwe Stijl’ dat Luce/Centrum voor Religieuze Communicatie rond de publicatie van het boek organiseerde. “Je pastorale ideaal botst met harde praktische omstandigheden.” Pastoor Nico van der Peet uit Amsterdam-Noord voegt daaraan toe: “Bestuurswerk is ook een belangrijke vorm van pastoraat. Met de ene hand sluiten we de tent, en met de andere hand bouwen we Gods kerk op. Die twee handen horen echter wel noodzakelijkerwijs aan één lichaam.”
Reddingsstation
Eerder die dag was theoloog Henk van Hout begonnen met het vertellen van een parabel. Ooit was er een klein, schamel reddingsstation op het strand van de zee. Dag en nacht zochten de reddingswerkers naar drenkelingen. De omwoners vonden het stationnetje sympathiek en begonnen hen te sponsoren met geld en materiaal, zodat de reddingswerkers op ten duur personeel konden inhuren voor het reddingswerk. De reddingsbrigade werd langzaam een gezelligheidsclub waar reddingswerk geen plek meer had. En op een ledenvergadering besloten zij er maar helemaal mee te kappen. Een kleine groepering was het er niet mee eens en trok een paar honderd meter verder over het strand. Zij stichtte een nieuw, schamel station en begonnen weer mensen te redden.”
Missie versus bestuur
Deze metafoor slaat op de ontwikkeling van de kerk van huiskamer tot kathedraal. Hoe kan je en de oude doch steeds kleiner wordende groep oudgedienden van dienst blijven, maar tegelijkertijd de ‘zwemmende’ zinzoekers te bereiken. Stassen en Van de Helm onderkennen deze problemen. “En de spaarzame tekens van hoop wegen daar niet tegen op. De kerk is niet meer vanzelfsprekend, en heeft als geheel een imagoprobleem. En de lokale gemeenschappen hebben daar ook last van. Fusies zijn het resultaat”
‘Gele veranderaars’
Hoe moet je dan veranderingen doorvoeren? Hoe moet je fuseren? “Visies over hoe dat zit met al die veranderingen verschillen van elkaar zoals mensen dan van elkaar doen.” Léon de Caluwé van het consultancybureau Twynstra Gudde brengt enige verluchtiging in het programma door verschillende typen ‘veranderaars’ op te sommen. Hij verdeelt de veranderaars in vijf kleuren in: geel, blauw, groen, rood en wit. De ‘gelen’ zijn machtdenkers, gek op polderen en achterkamertjes. “U kent ze wel,” en de zaal lacht instemmend. “Zij denken bij samenwerking in termen van overname. En ze maken mensen graag bang om hun zin door te drijven. Zo van: als we niet fuseren, gaan we kapot.” Blauwe veranderaars zijn rationeel en willen alles reduceren tot cijfertjes. “Bij fusies denken ze vooral in termen van efficiency en het halen van targets.”
Blinde vlekken
“Rode veranderaars hebben een hekel aan ‘moeten’. Ze doen liever aan ‘ontmoeten’: informele relaties, vervaging van privé en zakelijk.” Als zij geconfronteerd worden met fusies, mikken ze vooral op “elkaar leren kennen”. De ‘groendenkers’ zijn de ideale coaches en gek op het formuleren van leerdoelen. “Fusies betekenen voor hen: wat kunnen we van elkaar leren.” De ‘witdenkers’ zijn de creatieve innovators. “Als zij fuseren zoeken ze mensen met dezelfde visie op het leven.” Als antwoord op de vraag uit de zaal naar het ideale fusietype veranderaar zegt Caluwé: “Idealiter heb je in je team van alle soorten één. Alleen dan kan je elkaar behoeden voor blinde vlekken en valkuilen.”
Sociale media
Als je dan eenmaal een grote fusie tussen geloofsgemeenschappen klaar hebt, wat kan je dan doen om ‘de boel bij elkaar te houden’? Berenschot-consulent Joep Mourits betoogt in zijn workshop dat de nieuwe sociale media een belangrijke rol kunnen spelen. “Het gebruik van sociale media als Facebook, Twitter en LinkedIn neemt exponentieel toe, en niet alleen onder de jeugd.” Bij deze zogenaamde ‘web 2.0’-applicaties zijn de traditionele grenzen tussen zender en ontvanger vervaagd. “Je zet foto’s en filmpjes van jezelf op Hyves en dat deel je met iedereen die het maar zien wil. Deze bezoekers laten weer hun eigen commentaar achter. En zo ontstaat interactie.”
'7-dagen-betrokkenheid'
Een deelnemer vraagt of deze digitale contacten niet een verschraling beteken van zaken als vriendschap, aandacht en liefde. “Dat zeiden ze van de telefoon en de televisie ook. Het blijkt dat online vriendschappen vaak leiden tot offline activiteiten.” Voor de kerk zouden dit soort nieuwe media een belangrijk communicatiemiddel kunnen zijn. “Behalve dat ze gemakkelijk bereikbaar zijn, zorgen ze voor ‘7-dagen-betrokkenheid’: niet je alleen op zondag met de kerk bemoeien, maar gedurende de hele week, net als je je mail checkt.”
Gouden paleizen
Aan het einde van de discussie gaat Van de Houts parabel nog iets verder. Het nieuwe kleine afgescheiden clubje begon opnieuw met reddingswerk. Wie echter de horizon afzoekt, ziet een schier oneindige rij gouden paleizen staan, en aan het einde enkele mensen die een stationnetje bouwen. Deze dynamiek is blijvende reden om te kunnen blijven geloven in de plaatselijke geloofsgemeenschappen.
Het boek van Petra Stassen en Ad van der Helm, Parochie in beweging. Geloven in plaatselijke geloofsgemeenschappen is te koop via berneboek.com. Eerder is van beide auteurs verschenen Geloof in de toekomst (2002) en Handboek voor parochiebesturen (2007).
Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Friesch Dagblad.
...
|